**1.** Een verlaging van de bijstand bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet vindt plaats:
voor de duur van een kalendermaand, wanneer sprake is van een eerste verwijtbare gedraging;
voor de duur van twee kalendermaanden, wanneer sprake is van een tweede verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie binnen twaalf maanden na de eerste als verwijtbaar aangemerkte gedraging.
**2.** Het college kan bij een derde en volgende verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie binnen twaalf maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging de bijstand voor een langere duur verlagen, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de belanghebbende.
**3.** In afwijking van het eerste lid kan het college in bijzondere gevallen de bijstand verlagen voor een langere duur, als de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk 5
Artikel 19
Periode van afstemming/ recidive
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand