1.
Op de begraafplaats kan worden uitgegeven:
a.particuliere graven en particuliere
urnengraven;
b.particuliere urnennissen;
c.particuliere gedenkplaatsen;
d.particuliere urnenzuil;
e.algemene graven;
f.algemene urnengraven;
g.verstrooiingsplaats.
2.
Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels
hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder
urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere
graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de
particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college
bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van
de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet
korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de
Wet op de lijkbezorging.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 10.
Indeling graven en asbezorging
Onderdeel van Beheersverordening begraafplaats 2010