1.

Het recht op een particulier/algemeen graf vervalt:

a.door het verlopen van de termijn;

b.indien de rechthebbende of gebruiker afstand doen van het recht;

c.indien de begraafplaats wordt opgeheven;

d.indien een gedeelte van de begraafplaats gesloten wordt verklaard.

2.

Het college kan het recht op een particulier/algemeen graf vervallen verklaren:

a.indien de betaling van het recht op een particulier/algemeen graf en het onderhoudsrecht ten behoeve van de vestiging of verlenging van het recht op een particulier/algemeen graf niet tijdig is geschied;

b.indien de rechthebbende of gebruiker, ondanks een aanmaning, in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

c.indien de rechthebbende of de gebruiker het recht niet binnen twaalf maanden is overgeschreven, zie artikel 16.

3.

In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van rechten of een deel daarvan, betaalde onderhoudsrechten of andere kosten/vergoedingen.

4.

In de gevallen als bedoeld in het eerste lid en het tweede lid doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende/gebruiker.

5.

Eventueel op het graf aanwezige grafbedekking en andere voorwerpen kunnen gedurende een maand vóór het vervallen van het recht op een particulier/algemeen graf door de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd. Na het vervallen van het recht op een particulier/algemeen graf kunnen zij geen aanspraken op deze voorwerpen doen gelden.