Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 23a.

Onderhoud door de rechthebbende van een particulier graf

Onderdeel van Beheersverordening begraafplaats 2010

1. In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan de beheerder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet. 2. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, niet bevestigd wordt, maakt de beheerder van de begraafplaats de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. 3. Indien toepassing is gegeven aan het eerste of tweede lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het eerste respectievelijk tweede lid, is verstreken. 4. Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het tweede lid is verstrekken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar is verstrekken.

Rechtspraak bij dit artikel