1.
In geval van kennelijke verwaarlozing van het
onderhoud van een particulier graf, kan de beheerder
van de begraafplaats, voor zover de plicht tot
onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing
vastleggen in een schriftelijke verklaring, die hij
toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar
na ontvangst in het onderhoud voorziet.
2.
Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in
het eerste lid, niet bevestigd wordt, maakt de
beheerder van de begraafplaats de verklaring bekend
bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats,
gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat
in die periode in het onderhoud is voorzien.
3.
Indien toepassing is gegeven aan het eerste of
tweede lid en niet alsnog in het onderhoud van het
graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op
het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar,
bedoeld in het eerste respectievelijk tweede lid, is
verstreken.
4.
Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar
is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld
in het tweede lid is verstrekken, blijft de
bekendmaking in stand totdat de periode van twintig
jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in
het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in
het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het
recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar
is verstrekken.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 23a.
Onderhoud door de rechthebbende van een particulier graf
Onderdeel van Beheersverordening begraafplaats 2010