1.
Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en
personen die werkzaamheden op de begraafplaats
hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het
belang van de orde, rust en netheid te houden aan de
aanwijzingen van de beheerder.
2.
De beheerder kan personen die zich niet aan de in
het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de
begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.
3.
Het is verboden met motorrijtuigen op de
begraafplaats te rijden:
a.elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen;
motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts)
toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer
van materialen;
b.sneller dan 10 km per uur.
4.
Het is op de begraafplaats verboden om:
a.buiten de verharde paden te (brom)fietsen, dan wel
(brom)fietsen aan de hand mee te voeren;
b.honden of andere dieren mee te nemen;
c.op de graven te lopen of te zitten en
gereedschappen of andere niet tot de graven
behorende voorwerpen neer te leggen;
d.een eigen zitgelegenheid te creëren;
e.bloemen of andere waren te koop aan te bieden of
hiervoor reclame te maken;
f.as te verstrooien of andere vormen van
lijkbezorging te bezigen.
5.
Het college kan ontheffing verlenen van de verboden,
bedoeld in de aanhef, onder a van het derde lid en a
t/m f van het vierde lid.