Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 11

Tijdstip vaststelling

Onderdeel van Verordeningen voorzieningen huisvesting onderwijs

1. De gemeenteraad stelt jaarlijks uiterlijk op 31 december het bedrag vast, dat beschikbaar is voor de vergoeding van de voorzieningen in het daaropvolgende jaar. Dit bedrag kan worden gesplitst in afzonderlijke bedragen per onderwijssoort en/of per voorziening. Tevens kan van het bedrag een deel worden afgezonderd voor huisvestingsvoor­zieningen als gevolg van de groepsgrootteverkleining. 2. Tegelijkertijd met of aansluitend aan de vaststelling van het bedrag, als bedoeld in het eerste lid, doch uiterlijk op de in dat lid genoemde datum stelt de gemeenteraad het programma en het overzicht vast. 3. Ingeval op 31 december geen vaststelling heeft plaatsge­vonden als bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de aangevraagde en in behandeling genomen voorzieningen geacht voor vergoeding in aanmerking te zijn gebracht. 4. In de situatie als bedoeld in het derde lid is het ge­stelde in artikel 4 in samenhang met bijlage IV bepalend voor de hoogte van de vergoeding, terwijl de uitvoering van de voorziening geschiedt volgens het bepaalde in paragraaf 2.4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel