Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1

Artikel 28

Aanduiding omstandigheden

Onderdeel van Verordeningen voorzieningen huisvesting onderwijs

1. Burgemeester en wethouders kunnen overgaan tot vordering van een gedeelte van een gebouw of terrein, bestemd voor een school voor basisonderwijs­, dat tijdelijk of gedurende een gedeelte van de dag niet nodig zal zijn voor de aldaar gevestig­de school of scholen, indien: er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaci­teit bij een school berekend volgens het gestelde in bijlage III, delen A en B en het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in artikel 6 of artikel 19 voor medegebruik of uitbreiding heeft ingediend; het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een andere huisvestingsvoor­ziening heeft ingediend en door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien. 2. Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om over te gaan tot vordering, als bedoeld in het eerste lid, voeren zij daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de leegstand wordt gevorderd, alsmede met het bevoegd gezag waarvoor de voorziening is bestemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel