Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 35

Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onder­houd

Onderdeel van Verordeningen voorzieningen huisvesting onderwijs

1. Nadat een gebouw of terrein niet meer door het bevoegd gezag nodig is voor de huisvesting van een school wordt het gebruik van het gebouw of terrein zo spoedig mogelijk beëindigd, doch, voor zover het betreft een voor permanent gebruik bestemde voorziening, uiterlijk op de datum genoemd in de door burgemeester en wethouders en het bevoegd gezag onderteken­de gezamenlijke akte of de datum zoals vastgesteld door gedeputeerde staten bij de beslis­sing inzake een geschil over de totstandkoming van de gezamenlijke akte. 2. De beëindiging van het gebruik van een voorziening geschiedt, voor zover van toepassing, overeenkomstig de in bijlage III, deel A, gegeven voorschriften over de vaststelling van de hierbij in acht te nemen rangorde. 3. Indien er, naar het oordeel van burgemeester en wethou­ders, mogelijk sprake is van achter­stallig onderhoud aan het gebouw of terrein bedoeld in het eerste lid, dat tot de verantwoorde­lijkheid van het bevoegd gezag behoort, wordt, een staat van onderhoud opgemaakt. 4. De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van burgemeester en wethouders na overleg met het bevoegd gezag. 5. Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing, vastgesteld welk deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan burgemeester en wethouders betaald wordt. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke handelwijze gevolgd wordt. 6. Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet nodig is.

Rechtspraak bij dit artikel