Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 37

Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik

Onderdeel van Verordeningen voorzieningen huisvesting onderwijs

1. De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte als bedoeld in artikel 5, vijfde lid wordt beschouwd als een aanvraag in de zin van arti­kel 19, met dien verstande dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde in dit artikel van toepassing is. 2. De Stichting Brede Welzijnsinstelling Waalre (BWI) stellen jaarlijks voor 1 juni voorafgaande aan het daaropvolgen­de schooljaar op basis van de ingediende opgaven een voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door scholen voor basison-derwijs van de op het grondgebied van de gemeente gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de gymnastiekruimten. Voor de bepaling van deze capaciteit wordt uitgegaan van een normering van 26 klokuren per week per gymnas­tiekruimte. De BWI is be­voegd om op verzoek van het bevoegd gezag uit te gaan van een lager aantal klokuren per week, ingeval en voor zover daartoe in enig geval op grond van roostertechni­sche overwegingen aanleiding be­staat. 3. De BWI neemt bij de vaststelling van het voorstel tot inroostering het volgende in acht: de afstanden in relatie tot de omvang van het onder­wijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals opgeno­men in bijlage I, deel B; het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een gym­nastiekruimte wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte; het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte. 4. Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor basisonderwijs volgende gegevens: het aantal klokuren waarvoor de school wordt inge­roosterd in een gymnastiekruimte; de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaats­vindt; een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één gymnastiekruimte plaatsvindt; voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal klokuren dat ingevolge artikel 36, eerste lid voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag van de school. De BWI neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit lid onder d slechts op in het voorstel tot inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit beschik­baar is, nadat rekening is gehouden met het totale klok­uurgebruik dat voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt. 5. De BWI zendt het voorstel tot in­roostering aan de bevoegde gezagsor­ganen voor basisonder­wijs. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij in de gelegenheid gesteld te reageren op dit voorstel. 6. Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezags­organen stellen burgemeester en wethouders tijdig voor de aanvang van het schooljaar, waarop het rooster betrekking heeft, de definitieve inroostering vast van het gebruik van de gymnastiekruimte. 7. Het besluit tot vaststelling van het rooster wordt binnen twee weken schriftelijk medegedeeld aan de betreffende bevoegde gezagsorganen. Indien burgemeester en wethouders daarbij afwijken van de inhoud van de in het vijfde lid bedoelde reactie wordt zulks met redenen omkleed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel