Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen:

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalre 2010

1.. In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: a. Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de ondersteuningsbehoevende behorend. b. Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een ondersteuningsbehoevende ondervindt. c. Awb: Algemene wet bestuursrecht. d. AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. e. Beperkingen: moeilijkheden die een ondersteuningsbehoevende heeft bij zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. f. Belastbaar loon: zoals bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964. g. Besluit: besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalre. h. Budgethouder: een ondersteuningsbehoevende aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is. i. Budgetperiode: periode waarvoor een PGB wordt verleend. j. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalre. k. Compensatieplicht: een algemene verplichting aan het college om ondersteuningsbehoevende, door het treffen van voorzieningen, een dusdanige uitgangspositie te verschaffen dat ze in aanvaardbare mate zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke participatie. l. Draagkracht: de draagkracht bestaat uit het inkomen van de ondersteuningbehoevende of mantelzorger, verminderd met het norminkomen. m. Eigen aandeel: een bij de verlening van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de ondersteuningsbehoevende komend aandeel in de kosten. n. Eigen bijdrage: een bij de verlening van een voorziening in natura of in de vorm van een Pgb voor rekening van de ondersteuningsbehoevende komende bijdrage. o. Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening, welke kan worden afgestemd op het inkomen van de on-dersteuningsbehoevende en zijn echtgenote /haar echtgenoot, indien de ondersteuningsbehoevende een echtgenote/echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 van de wet. p. Hospice: een plaats met een huiselijke sfeer die zich in terminale zorg heeft gespecialiseerd, waarin ongeneeslijk zieke patiënten tot aan hun dood worden verzorgd. q. Huisgenoot: iedere persoon met wie de ondersteuningsbehoevende gemeenschappelijk een woning bewoont. r. Huishoudelijke voorziening: een voorziening ter ondersteuning bij of ter overname van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van een ondersteuningsbehoevende dan wel de leefeenheid waartoe de ondersteuningsbehoevende behoort. s. Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt. t. Inkomen: het verzamelinkomen of het belastbaar loon in het peiljaar zoals omschreven in artikel 4.2 van het landelijk Besluit maatschappelijke ondersteuning indien sprake is van een eigen bijdrage dan wel een eigen aandeel dat voor eigen rekening blijft. u. Leefeenheid: een eenheid bestaande uit meerdere personen, met hoofdverblijf op hetzelfde adres, waaronder eventueel ook minderjarigen, die samen een huishouden voeren. v. Lokaal verplaatsen: onder lokaal verplaatsen wordt een afstand van 15 kilometer vanaf het woonadres verstaan. Dit komt overeen met ongeveer vijf ov-zones. w. Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke ver-keer, te weten het voeren van een huishouden; het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven. x. Mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een ondersteuningsbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. y. Mantelzorger: een persoon die mantelzorg, als bedoeld in artikel 1 onderdeel b Wmo pleegt. z. Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de Wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor ondersteuningsbehoevende als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening. aa. Norminkomen: de normen, genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar, waarbij deze normen voor een belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande of een alleenstaande ouder is, en die niet in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de toeslag, genoemd in artikel 25 lid 2 van de Wet werk en bijstand, en de normen van een alleenstaande, alleenstaande ouder, of gehuwde, die in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de bedragen, genoemd in artikel 23 lid 2 van de Wet werk en bijstand. bb. Ondersteuningsbehoevende: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische, psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij de maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid. cc. PGB: Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de ondersteuningsbehoevende een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven, waaronder, voor zover het gaat om hulp bij het huishouden, begrepen een vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid Wet op de loonbelasting 1964, en waarop de in deze verordening en het Besluit maatschappelijke ondersteuning Waalre te stellen regels van toe-passing zijn. dd. Rolstoelvoorziening: voorziening die de ondersteuningsbehoevende in staat stelt zich in en om de woning te verplaatsen en waarvan het rijden de primaire functie is. ee. Standplaats: een kavel binnen de gemeente Waalre, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; ff. Vervoersvoorziening: voorziening die de ondersteuningsbehoevende in staat stelt zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel. gg. Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt. hh. Vrijwilliger: iemand die uit vrije wil werkzaamheden verricht, buiten een vast dienstverband. In het algemeen zijn deze werkzaamheden onbetaald of staat er een vergoeding tegenover dat lager ligt dan het minimum loon bij betaald werk. ii. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning. jj. Woning: een woning, waaronder tevens wordt verstaan een woonwagen of een woonschip, voor permanente bewoning bestemd en geschikt en waarbij geen wezenlijke woonfuncties, zoals woon- en slaapruimte, was- en kookgelegenheid en toilet met andere woningen worden gedeeld. kk. Woonplaats: woonplaats als bedoelt in artikel 10 lid 1 en artikel 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. ll. Woonvoorziening: voorziening, niet zijnde een huishoudelijke voorziening of een rolstoelvoorziening, die de ondersteuningsbehoevende in staat stelt tot het normale gebruik van de woning. mm. Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; nn. WVG: Wet voorzieningen gehandicapten. oo. Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die maatschappelijke participatie mogelijk maken. 2.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet en de Awb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel