Naar hoofdinhoud

Afdeling III.

Artikel 21.

Verbodsbepalingen

Onderdeel van Parkeerverordening Etten-Leur 2009

1.. Het is verboden een fiets, bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik van de parkeerapparatuur wordt belemmerd of verhinderd. 2.. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenparkeerplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan en gedurende de betaald parkeertijden op betaald parkeerplaatsen, aldaar een voertuig te parkeren of te laten staan: zonder vergunning; zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de vergunning in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 3.. Met inachtname van artikel 5.1.5, lid 1 onder a van de de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is het verboden om voertuigen, niet zijnde motorvoertuigen, langer dan op drie achtereenvolgende dagen te parkeren binnen de vastgestelde bebouwde komgrenzen inclusief vergunninghoudersgebieden. 4.. Het parkeren van keet-, magazijn-, aanhangwagens of andere dergelijke voertuigen voor de uitvoering van noodzakelijke werkzaamheden zoals groenonderhoud, aanleg en onderhoud van nutsvoorzieningen en schilderwerk is binnen vergunninghoudersgebieden met een ontheffing van burgemeester en wethouders op grond van artikel 5.1.5, lid 2 van de APV toegestaan gedurende de daarvoor noodzakelijke termijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel