**1.** Het college verleent op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een persoon van 23 of ouder doch jonger dan 65 jaar die:
a. gedurende een ononderbroken periode van 60 maanden voorafgaande aan de aanvraag een inkomen heeft dat niet hoger is dan de voor de
aanvrager geldende bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet heeft en;
b. zijn woonplaats in de gemeente Waalre heeft en;
c. tot de personenkring behoort zoals bedoeld in artikel 11 van de wet.
**2.** Indien er op de peildatum, sprake is van een gezin moeten beide
belanghebbenden voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in het vorige lid.
**3.** Indien in een gezinssituatie één partner geen recht op bijstand heeft als bedoeld in artikel 11 lid 4 van de wet, dan kan de andere partner in aanmerking komen voor een langdurigheidstoeslag als alleenstaande, mits voldaan wordt aan de bepalingen in deze verordening.
**4.** Bij de vaststelling van de hoogte van het inkomen, bedoeld in het eerste lid sub a, wordt een eerder verstrekte langdurigheidstoeslag buiten beschouwing gelaten.
**5.** Bij de vaststelling van de hoogte van het inkomen, bedoeld in het eerste lid sub a, wordt een inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31 lid 2 sub o buiten beschouwing gelaten.
**6.** Bij de vaststelling van de hoogte van het inkomen bedoeld in het eerste lid sub a, wordt een premie buiten beschouwing gelaten.
**7.** Indien in de periode van 60 maanden als bedoeld in lid 1 sub a sprake is van een opleiding als bedoeld in de WTOS of studie op basis waarvan men aanspraak kan maken op WSF dan wordt die periode verlengd met de periode van studie.
Paragraaf 2
Artikel 3
Voorwaarden Langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Waalre