**1.** In het beleidsplan wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden evenals de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze Verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
**2.** 1.Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze Verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**3.** Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9,17 en 55 van de wet niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.
**5.** Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 19 met inachtneming van wat daarover in het beleidsplan is bepaald, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
De voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
De weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling;
de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en premies;
de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
het vragen van een eigen bijdrage;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
Hoofdstuk 3
Artikel 4
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand