Naar hoofdinhoud

Afdeling 2

Artikel 8

Vaststelling exploitatiebijdrage

Onderdeel van Exploitatieverordening

1. De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de kosten van voorzienin­gen van openbaar nut het bedrag dat volgens de in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt toe­gerekend, ver­meerderd met de kosten op de afstand van de in artikel 7, derde lid sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten van ka­dastrale uitmeting, vermin­derd met de inbrengwaarde zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid sub 1. onder a. van de bij de exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te verkrijgen gebate gronden en van de gronden die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant aan de ge­meente worden afge­staan. 2. De waarde van de door de exploitant ingebracht grond, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de ex­ploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van over­eenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een commissie van drie deskun­digen, van wie een aan te wijzen door de gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds aange­wezen deskundigen.Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen over­een­stemming verkregen, dan maken de aangewezen deskundigen te­zamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de meeste gerede partij, onder be­kendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter in het kanton waartoe de gemeente behoort, kan verzoeken deze deskundige te benoemen. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3, tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als volgt bepaald: de bijdrage, zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en 6 op­geno­men wijze aan zijn onroerende zaak wordt toegerekend, wordt ver­meer­derd met de kosten op de afstand van de in artikel 7, derde lid sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten van kadastrale uitme­ting; de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:1. de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant behoren­de gronden. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is van overeen­komsti­ge toepassing;2. het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid sub 1. onder b. tot en met f., voor­zover de uitvoering van de daarmee verband hou­dende werken en werkzaamheden voor risico en rekening komt van de exploitant. 4. Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing heeft ver­kregen, wordt de ten laste van de exploitant komende bijdrage be­paald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien verstande dat de in het eer­ste lid en derde lid onder b. sub 1. bedoelde vermindering beperkt is tot de inbreng­waarde van de gronden die zijn bestemd voor het treffen van voor­zieningen van openbaar nut en door exploi­tant aan de gemeente worden afgestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel