Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Zittingsduur

Onderdeel van Verordening op de commissie beeldende kuns

1.. De in artikel 2, tweede lid, bedoelde leden hebben zitting voor de tijd van maximaal vier jaren. Jaarlijks op 1 september treedt één van deze leden af, volgens een door de commissie op te stellen rooster van aftreding, welk rooster aan burgemeester en wethouders moet worden meegedeeld. Dit aftredende lid kan terstond voor maximaal één zittingsperiode worden herbenoemd. 2.. De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij geven hiervan schriftelijk kennis aan de voorzitter van de commissie. Degene, die ontslag heeft genomen, blijft zijn functie vervullen, totdat zijn opvolger die heeft aanvaard. 3.. Een lid, dat tussentijds is benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, moest aftreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel