Naar hoofdinhoud
De in artikel 2, tweede lid, genoemde leden hebben zitting voor de tijd van maximaal zes jaren. Jaarlijks op 1 september treedt één van deze leden af, volgens een door de commissie op te stellen rooster van aftreding, welk rooster aan burgemeester en wethouders moet worden meegedeeld. Dit aftredende lid kan terstond voor maximaal één zittingsperiode van zes jaren worden herbenoemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel