Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Gebruiksverordening tweede woning

1.. Het verbod, vervat in artikel 2, geldt niet ten aanzien van iemand die een woonruimte als tweede of recreatiewoning in gebruik heeft op het tijdstip van het van kracht worden van deze verorde-ning. 2.. Het gestelde in lid 1 heeft een persoonlijk karakter en geldt uitsluitend ten aanzien van degene, die op genoemd tijdstip gerechtigde van de daar bedoelde woonruimte is of, bij overlijden na het in werking treden van deze verordening, diens echtgeno(o)t(e) en diens erfgenamen in de eerste graad, diens pleeg- en stiefkinderen of diens partner met wie de gerechtigde ten tijde van zijn overlijden (en blijkende uit een notarieel vastgelegd samenlevingscontract) een gemeenschappe-lijke huishouding voerde. 3.. Voor opvolgende bewoners anders dan bedoeld in lid 2 geldt het verbod, vervat in artikel 2, onverkort.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel