Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2004

1.. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2.. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben; 3.. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: a. kinderen van 18 tot en met 20 jaar; kinderen met aanspraak op WSF2000 en Wtos; zorgbehoevende die door belanghebbende worden verzorgd; 4.. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die zorgbehoeftig is en de zorg ontvangt van een ander die - evenals de zorgbehoevende - zijn hoofdverblijf heeft in de woning;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel