Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Werkwijze

Onderdeel van Verordening seniorenparticipatie ouderenbeleid

1.. In het kader van seniorenparticipatie vraagt het gemeentebestuur de seniorenraad om advies. De seniorenraad kan ook ongevraagd advies uitbrengen aan burgemeester en wethouders en gemeenteraad. 2.. Burgemeester en wethouders vragen de seniorenraad in ieder geval om advies bij de onderwerpen beschreven onder artikel 3 Beleidsterreinen. 3.. Het advies wordt op zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Dit houdt in ieder geval in: bij nieuw beleid wordt de seniorenraad in ieder geval betrokken bij het vaststellen van hoofdlijnen van het beleid; bij evaluatie wordt de seniorenraad in ieder geval betrokken bij het vaststellen van vragen die ten grondslag liggen aan evaluatie. 4.. Burgemeester en wethouders maken jaarlijks afspraken met de seniorenraad over: de onderwerpen waarover de seniorenraad geconsulteerd wordt; de wijze en het moment waarop de seniorenraad in het beleidsvormingsproces wordt betrokken. 5.. Indien het belang van de zaak daartoe aanleiding geeft, vindt bij de aanbieding van een advies overleg tussen de seniorenraad en burgemeester en wethouders plaats. 6.. In het geval burgemeester en wethouders in een voorstel aan de gemeenteraad afwijken van het advies van de seniorenraad, wordt dit bij het voorstel vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke gronden van het advies van de seniorenraad is afgeweken. 7.. Burgemeester en wethouders wijzen een vaste contactmedewerker aan als gemeentelijk aanspreekpunt voor de seniorenraad. 8.. Tussen de wethouder belast met het integraal ouderenbeleid en de seniorenraad vindt minimaal één keer per jaar overleg plaats. 9.. Daarnaast vindt minimaal tweemaal per jaar een overleg plaats tussen de contactambtenaar en (vertegenwoordigers van) de seniorenraad. 10.. Van het overleg tussen de wethouder integraal ouderenbeleid en de seniorenraad wordt binnen zes weken schriftelijk verslag gedaan door de gemeente. 11.. Burgemeester en wethouders reageren binnen acht weken door middel van een schriftelijke verantwoording op de door de seniorenraad uitgebrachte adviezen. 12.. Burgemeester en wethouders dragen, ten behoeve van het functioneren, zorg voor een goede en tijdige informatievoorziening van de seniorenraad. 13.. Ten minste één keer per jaar raadpleegt en / of informeert de seniorenraad belanghebbenden over alle van belang zijnde aangelegenheden. Als een achterbanraad, waarin de belanghebbenden zijn verenigd, is ingesteld kan dit door middel van overleg met de achterbanraad. 14.. De seniorenraad stelt ten behoeve van haar functioneren een huishoudelijk reglement op. Dit reglement wordt ter kennis name aan burgemeester en wethouders gebracht, evenals wijzigingen van het reglement.

Rechtspraak bij dit artikel