Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2011

1.. De langdurigheidstoeslag bedraagt voor de belanghebbende van 27 jaar en ouder: Voor alleenstaanden: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, onderdeel a en artikel 25, tweede lid van de wet, exclusief vakantietoeslag; Voor alleenstaande ouders: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, onderdeel b en artikel 25, tweede lid van de wet, exclusief vakantietoeslag; Voor gehuwden: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c en artikel 25, tweede lid van de wet, exclusief vakantietoeslag; zoals deze artikelen gelden op 1 januari van het jaar waarin de peildatum valt. 2.. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag als gevolg van artikel 11 of artikel 13, eerste lid van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3.. De langdurigheidstoeslag bedraagt voor de belanghebbende van 21 jaar tot 27 jaar: Voor alleenstaanden: 40% van de voor hen geldende WIJ - norm als bedoeld in artikel 26, onderdeel b van de WIJ en artikel 25, tweede lid van de wet, exclusief vakantietoeslag; Voor alleenstaande ouders: 40% van de voor hen geldende WIJ - norm als bedoeld in artikel 27, onderdeel b van de WIJ en artikel 25, tweede lid van de wet, exclusief vakantietoeslag; Voor gehuwden: 40% van de voor hen geldende WIJ - norm als bedoeld in artikel 28 van de WIJ, exclusief vakantietoeslag; 4.. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag als gevolg van artikel 2 of artikel 23, eerste lid van de WIJ komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel