Onverminderd artikel 26, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op:
vijf procent van de bijstandsuitkering gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
tien procent van de bijstandsuitkering gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
twintig procent van de bijstandsuitkering gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de bijstandsuitkering gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie;
vijftig procent van de bijstandsuitkering gedurende een maand bij gedragingen van de vijfde categorie;
HOOFDSTUK 3
Artikel 35
De hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Verordening werk en bijstand