Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › PARAGRAAF 1

Artikel 30

Ingangsdatum en tijdvak

Onderdeel van Verordening IOAW en IOAZ

1.. Tenzij in deze verordening anders is bepaald wordt de maatregel toegepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging van de uitkering aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de geldende uitkeringsnorm ten tijde van de gedraging. 2.. In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de uitkering nog niet is uitbetaald. Daarbij wordt uitgegaan van de geldende uitkeringsnorm ten tijde van de gedraging. 3.. Indien de verlaging als gevolg van beëindiging van de uitkering niet kan worden toegepast op de wijze zoals vermeld in artikel 30, eerste en tweede lid van deze verordening, kan de maatregel bij wijze van herziening worden opgelegd over de uitkering die belanghebbende heeft ontvangen gedurende, en aansluitend op, de periode dat belanghebbende maatregelwaardig gedrag heeft vertoond. Het bedrag dat als gevolg van de herziening van het recht op uitkering teveel is betaald, kan van belanghebbende worden teruggevorderd. 4.. Een verlaging wordt voor een bepaalde tijd toegepast of totdat de belanghebbende de tekortkomingen heeft hersteld. Een verlaging die voor een periode van meer dan drie maanden wordt toegepast, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd door het college heroverwogen.

Rechtspraak bij dit artikel