**1..** Onverminderd artikel 26, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
vijf procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste categorie;
tien procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede categorie;
twintig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde categorie.
**2..** In afwijking van het eerste lid, onder c, legt het college, indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW en de belemmerende gedragingen, bedoeld in artikel 33, derde lid, onder a, dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, voor onbepaalde duur een maatregel op ter hoogte van het door eigen toedoen niet verkregen netto inkomen uit deze arbeid.
**3..** Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het tweede lid binnen drie maanden.
HOOFDSTUK 3 › PARAGRAAF 2
Artikel 34
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening IOAW en IOAZ