Naar hoofdinhoud
1.. Voor de vaststelling van de subsidie zendt de instantie die het onderwijs verzorgt binnen 8 weken na afloop van het schooljaar bij burgemeester en wethouders voor elke school afzonderlijk een opgave in. 2.. De gemeente stelt hiervoor formulieren beschikbaar waarin de volgende gegevens vermeld staan: de naam van de instantie namens wie het godsdienst- of vormingsonderwijs wordt gegeven; de naam van de perso(o)n(en) die belast is/zijn geweest met het geven van godsdienstonderwijs/vormingsonderwijs; het aantal lessen dat in het betreffende schooljaar werden gegeven; aan welke groepen leerlingen de lessen werden gegeven; het aantal leerlingen waaraan werd lesgegeven. 3.. De aanvraag dient voor akkoord ondertekend te worden door de directeur van de betreffende basisschool; 4.. Op verzoek van de instantie die het onderwijs verzorgt kan een voorschot worden uitbetaald op de toe te kennen subsidie.

Rechtspraak bij dit artikel