**1.** Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de verordeningen
bedoeld in artikel 37, tweede en derde lid, blijven - indien en voor
zover het gebod of het verbod waarop de vergunning of ontheffing
betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover
zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 2
jaren na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
**2.** Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordeningen
bedoeld in artikel 37, tweede en derde lid, blijven - indien en voor
zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en
beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en
voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog
gedurende 2 jaren na de inwerkingtreding van deze verordening van
kracht.
**3.** Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de
verordeningen bedoeld in artikel 37, tweede en derde lid, is
ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de
overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening
toegepast.
**4.** Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel
voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
het tijdstip bedoeld in artikel 37, eerste lid, is ingekomen binnen
de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
van de verordeningen bedoeld in artikel 37, tweede en derde
lid.
**5.** In afwijking van het eerste lid, blijft een vergunning of ontheffing
van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor
een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen
gebod of verbod vereiste vergunning of ontheffing, indien deze
aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid
genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.
**6.** Gebod- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in de
verordeningen als bedoeld in artikel 37, tweede en derde lid zijn
niet van toepassing:
a. gedurende 10 weken na het in werking treden van deze verordening;
b. ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de
vergunning of
ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft
ingediend, totdat
onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.
**7.** De intrekking van de verordeningen bedoeld in artikel 37, tweede en
derde lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van
die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten,
indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten
zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij
niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.