**1.** De ontvanger van een budgetsubsidie of exploitatiesubsidie over 2004 dient vóór 1 november 2005 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college van burgemeester en wethouders.
**2.** De ontvanger van een budgetsubsidie of exploitatiesubsidie 2005 dient jaarlijks vóór 1 juni van het jaar volgend op elk jaar waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college van burgemeester en wethouders.
**3.** De aanvraag van een waarderingssubsidie, overeenkomstig de artikelen 2.10 en 2.11, wordt tegelijkertijd aangemerkt als de aanvraag tot vaststelling;
**4.** De ontvanger van een investeringssubsidie dient binnen 13 weken nadat de activiteit heeft plaatsgehad dan wel de voorziening is gerealiseerd waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college van burgemeester en wethouders;
**5.** In afwijking van het bepaalde in lid 1 dient voor een subsidie met een incidenteel karakter van de activiteiten de aanvraag en vaststelling van de subsidie door de instelling bij het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend binnen 13 weken na de geplande afloop van de activiteit.
**6.** Indien de aanvraag na afloop van de in het eerste, tweede, derde en vierde lid genoemde termijn niet is ingediend, stelt het college van burgemeester en wethouders de subsidieontvanger een termijn binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.
**7.** Indien na afloop van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde termijn als bedoel in het vijfde lid geen aanvraag is ingediend, wordt de subsidie lager vastgesteld dan wel toepassing gegeven aan artikel 5.3. of artikel 6.1.