Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 22

Nadere voorschriften ten aanzien van gedenktekens

Onderdeel van Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Aalten 2009

1. De gedenktekens dienen te zijn vervaardigd van weervaste natuursteen, hardsteen, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort. 2. Gevorderd kan worden dat zij worden geplaatst op een door het college goed te keuren fundering. 3. Staande gedenktekens moeten aan het hoofdeinde van het graf worden geplaatst en mogen niet hoger zijn dan 150 cm; t.a.v. gedenktekens colombariumeenheid gelden de volgende afmetingen per gedenkteken en per asbus: hoogte 50 cm, breedte 60 cm, diepte 1 m. 4. Liggende grafzerken moeten onder een helling van 1 : 20 worden gelegd, zodanig dat de bovenkant niet meer dan 20 cm boven het maaiveld uitsteekt. 5. Aanduidingen omtrent de leverancier of andere reclame mogen op een gedenkteken niet worden aangebracht. 6. De gravenrooilijnen dienen nauwkeurig te worden aangehouden. 7. Het gedenkplaatje aan de herdenkingsmuur ten behoeve van verstrooiing van as op de as- verstrooiplaats heeft een maximale afmeting van 20 x 10 cm. 8. Door het gedenkplaatje op de herdenkingsmuur kunnen geen rechten, hoe ook genaamd, worden ontleend ten aanzien van de instandhouding van de as verstrooiplaats. 9. Het is niet toegestaan op het as- verstrooiveld herdenkingstekens te plaatsen. 10. Het is toegestaan zonder vergunning van het college direct na begraving voor een maximale periode van 6 maanden, een naamplaatje op een graf te plaatsen met een maximale afmeting van 400 x 200 mm met daarop de naam van de overledene met geboorte- en sterfdatum.

Rechtspraak bij dit artikel