Het vermogen beneden de in artikel 34 van de WWB genoemde vermogensgrens wordt eveneens als financiële draagkracht aangemerkt indien:
1. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om in de kosten waarvoor bijstand wordt gevraagd te voorzien;
2. de noodzaak tot bijzondere bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het eigen bestaan;
3. de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborg betreft;
4. bijstand wordt gevraagd voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen waarvoor gereserveerd dient te worden;
5. het bijstand betreft ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast.
Hoofdstuk 2
Artikel 14
Eveneens als vermogen geldt
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand zorg en minimabeleid