**1.** Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente.
**2.** De tussentijdse rapportages worden aan de raad aangeboden uiterlijk op de volgende tijdstippen:
- de Voorjaarsnota in juli van het lopende begrotingsjaar;
- de Zomernota in oktober van het lopende begrotingsjaar;
- de Najaarsnota in december van het lopende begrotingsjaar.
**3.** De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.
**4.** De tussentijdse rapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijstelling van de raming:
a. de baten en lasten per programma;
b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;
c. het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen a en b;
d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma.
**5.** De rapportages hebben onder andere betrekking op afwijkingen welke ontstaan tussen de uitgangspunten zoals vermeld in de programmabegroting en de (tussentijdse) realisatie. Dit impliceert zowel belangrijke afwijkingen bij de te bereiken maatschappelijke doelen als relevante afwijkingen van financiële aard.
**6.** De raad bepaalt mede aan de hand van de informatie zoals bepaald in het vorige lid of de beleidsdoelen en/of budgetten van de programma’s bijstelling behoeven.
Hoofdstuk 2
Artikel 8