De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien:
de ondervonden belemmeringen voortvloeien uit de aard van de in de woonruimte gebruikte materialen of de slechte staat van onderhoud van de woonruimte;
de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college;
een persoon met beperkingen zijn huidige woonruimte zonder recht of titel bewoont.
De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 11, onder b en c wordt geweigerd indien de noodzaak tot het treffen van deze woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing, waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek, geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was;
Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien de verhuizing plaatsvindt als gevolg van het aanvaarden van een werkkring in een andere gemeente, alsmede ten gevolge van gewijzigde omstandigheden zoals een verslechtering van de lichamelijke toestand van deze persoon.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3
Artikel 15
Beperking op het recht op een woonvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenwijkerland