Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Gegevensverstrekking

Onderdeel van Telecommunicatieverordening Aalten 2009

1. Bij de melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze verordening verstrekt de aanbieder  in ieder geval de volgende gegevens:     a. naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die de kabel of het         netwerk in eigendom heeft, beheert of exploiteert.     b. een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met kabels wordt gevuld         of ingeblazen en een opgave van het aantal buizen dat leeg wordt aangebracht;     c. een mededeling dat belanghebbende en instanties vooraf in kennis worden         gesteld waarbij de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en de aard        van de werkzaamheden zal worden aangegeven;     d. een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:         1. een opgave van het gewenste tracé met daarbij duidelijke (digitale) tekeningen              en daarop aangegeven wat de te verbinden locaties zijn. Analoge tekeningen              in 3-voud aan te leveren;         2. een opgave van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden             geplaatst, alsmede van de gewenste situering daarvan;         3. een omschrijving van de opbrekingen van de verharding;         4. de doorsnede van de kabel en indien van toepassing de kabelgoot;         5. de opgave van ondergrondse (handholes en dergelijke) of bovengrondse             kasten waarvoor geen bouwvergunning noodzakelijk is, alsmede de             situering en afmetingen daarvan;         6. naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer van de contactpersoon,             aannemers of onderaannemers die belast zijn met de werkzaamheden             en van een door hen aangewezen contactpersoon die ten tijde van de            uitvoering van de werkzaamheden vierentwintig     uur per dag bereikbaar            is in verband met mogelijke calamiteiten;         7. de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de openbare grond             aanwezige kabels en leidingen waarborgen;         8. de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid van de uit te             voeren werkzaamheden;         9. alle overige van belang zijnde feiten en omstandigheden gelet op de in             artikel 5.4 leden 2 en 3 van de wet genoemde belangen; 2. Het college kan nadere regels stellen aan de gegevens die bij de melding worden verstrekt alsook over de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel