Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks, vóór 1 juli, een verslag op voor de gemeenteraad over de wijze waarop zij met het welstandsbeleid en het monumentenbeleid is omgegaan. In de rapportage komt ten minste aan de orde:
op welke wijze burgemeester en wethouders zijn omgegaan met de in het verslag van de commissie aangegeven (evaluatie van) welstands- en monumentenadviezen zoals bedoeld in artikel 4.1 eerste lid. Ingeval burgemeester en wethouders het advies van de commissie niet heeft overgenomen wordt de reden om af te wijken gemotiveerd onderbouwd.
In welke gevallen burgemeester en wethouders zijn overgegaan tot aanschrijving op grond van ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 19 Woningwet en of na die aanschrijving is overgegaan tot bestuursdwang en/of en dwangsom is opgelegd.
op welke wijze is omgegaan met de openbaarheid van vergaderen;
op welke wijze burgemeester en wethouders adviseren om te gaan met de in het verslag van de commissie aangegeven aanbeveling zoals bedoeld in artikel 4.2 tweede lid;
de werkwijze en functioneren van de commissie.
Door of namens burgemeester en wethouders wordt gedurende het verslagjaar een logboek bijgehouden waarin de onder lid 1 bedoelde onderwerpen worden aangetekend.
Burgemeester en wethouders baseert haar rapportage op het jaarverslag van de commissie als bedoeld in artikel 4.1, het logboek als bedoeld in het voorgaande lid en het evaluatiegesprek als bedoeld in artikel 2.4 lid 4.
Artikel 4.2
Jaarlijkse rapportage burgemeester en wethouders
Onderdeel van Reglement van Orde Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Tiel 2005