Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders stellen de commissie in een zo vroeg mogelijk stadium schriftelijk in kennis van een project waarop de percentageregeling beeldende kunst van toepassing is. 2.. De commissie neemt kennis van de in voorbereiding zijnde plannen en van de situatie ter plaatse per project en zij adviseert of al dan niet tot toepassing van percentageregeling moet worden overgegaan. Wanneer voor een bepaald project maar een beperkt budget beschikbaar is kan de commissie adviseren, losse kunstwerken aan te kopen. De commissie beslist voorts of het al dan niet wenselijk is een werkgroep als bedoeld in artikel 6 te stellen. 3.. Burgemeester en wethouders beslissen zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het advies en brengen hun besluit onverwijld ter kennis van de commissie. Wanneer het besluit afwijkt van het advies van de commissie wordt het besluit met redenen omkleed. 4.. Wanneer het besluit, als bedoeld in het derde lid, strekt tot het verlenen van een opdracht stelt de commissie een programma van eisen op, in samenwerking met de eventueel ingestelde werkgroep. De commissie bepaalt de aard van de opdracht en formuleert een opdrachtbeschrijving aan de hand van het beschikbare bedrag. 5.. De commissie bepaalt volgens welke procedure de kunstenaar(s) zal (zullen) wordt (worden) geselecteerd en draagt zorg voor de uitvoering hiervan. 6.. Wanneer de procedure, bedoeld in het voorgaande lid, leidt tot het verlenen van een opdracht aan één of meer kunstenaars, wordt deze vastgesteld in een schriftelijke overeenkomst, waarin de verplichtingen van de kunstenaar(s) en van de opdrachtgever over en weer worden geregeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel