Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Einde van het lidmaatschap van de commissie en non-activiteit

Onderdeel van Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie 2010

1. Een lid van de commissie wordt door de raad ontslagen: op eigen verzoek; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het     lidmaatschap van de commissie; wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hemgestelde vertrouwen; 2. Een lid van de commissie kan door de raad worden ontslagen, indien hij door ziekte of gebreken ongeschikt is zijn functie te vervullen. 3. De raad kan in bijzondere situaties, waarbij het goed functioneren van de commissie in het geding is, een lid tijdelijk op non-actief stellen.

Rechtspraak bij dit artikel