Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2005

In deze verordening wordt verstaan onder: markt: de warenmarkt die plaatsvindt op de volgens de Marktverordening vastgestelde dag, tijd en plaats; marktterrein: de gehele openbare of voor publiek toegankelijke oppervlakte grond, die volgens de Marktverordening is aangewezen voor de uitoefening van de warenmarkt; een dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een gehele dag wordt aangemerkt; een week: een periode van zeven aaneengesloten dagen beginnende met de maandag; een maand: een kalendermaand; een kwartaal: een kalenderkwartaal; een halfjaar: een kalenderhalfjaar; een jaar: een kalenderjaar; standplaats: een plaats op het marktterrein, teneinde vanuit een verkoopinrichting in de uitoefening van de ambulante handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken dan wel diensten aan te bieden; ingenomen m² oppervlakte: het aantal m², dat verkregen wordt door vermenigvuldiging van het aantal meters van de grootste lengte van de stand- of staanplaats met het aantal meters van de grootste breedte van: de standplaats; het opgestelde voertuig met of zonder aanhanger/aanhangwagen; de ruimte welke wordt benut voor opslag; vergunninghouder: degene aan wie door of namens het college van burgemeester en wethouders een vergunning is afgegeven om gedurende de markt een tijdelijke of een vaste standplaats in te nemen; abonnementhouder: de vergunninghouder die een vaste standplaats inneemt en het marktgeld per kwartaalabonnement betaalt; niet-abonnementhouder: de vergunninghouder die een tijdelijke standplaats inneemt en het marktgeld terstond betaalt;

Rechtspraak bij dit artikel