In deze verordening en daarop berustende regelingen wordt verstaan onder:
a. <vet>Wmo</vet>: Wet maatschappelijke ondersteuning.
b. <vet>Cliënt</vet>: De persoon die een voorziening ontvangt ingevolge aan de gemeente Aalten
opgedragen Wet op de maatschappelijke ondersteuning, in het bijzonder ouderen,
lichamelijk gehandicapten, chronisch zieken, mensen met een verstandelijke beperking,
mensen met een chronisch psychisch probleem, dan wel een psychosociaal probleem,
gebruikers van maatschappelijke opvang en GGZ/OGGZ/verslavingszorg, gebruikers van
welzijnsvoorzieningen en thuiszorg. In de breedste zin van het woord kan elke inwoner van
de gemeente Aalten als cliënt worden beschouwd.
c. <vet>Wmo-raad:</vet> Een door het college ingesteld adviesorgaan bestaande uit vertegenwoordigers
van de doelgroepen uit de verschillende prestatievelden zoals de Wmo die kent. De Wmo-raad
adviseert over de beleidsvorming en de evaluatie van het beleidsplan Wmo van de gemeente
Aalten.
d. <vet>De gemeente:</vet> De gemeente Aalten.
e. <vet>College</vet>: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten.
f. <vet>GGZ</vet>: Geestelijke Gezondheids Zorg.
g. <vet>OGGZ</vet>: Openbare Geestelijke Gezondheids Zorg.
h. <vet>Burgerparticipatie:</vet> Het proces waarbij de mening van de burgers wordt betrokken bij de
totstandkoming van het gemeentelijk beleid.
i. <vet>Horizontalisering:</vet> Het beleid komt in samenspraak met de burgers tot stand en de
verantwoording van het beleid wordt afgelegd aan de burgers. Dit in tegenstelling tot het
verleden, waarin verantwoording over het gevoerde beleid aan het rijk werd afgelegd (dat is
verticale verantwoording).
j. <vet>Wmo-beleidsplan</vet>: Het beleidsplan omvat het lokale, samenhangende beleid gericht op
mensen met beperkingen of problemen. Het plan geeft invulling aan de verantwoordelijkheid
voor de gemeente als het gaat om het versterken van de sociale samenhang, het voorkómen
van problemen en het bevorderen van deelname van alle inwoners. De gemeente is ingevolge
de Wmo verplicht om elke vier jaar een beleidsplan Wmo op te stellen.
k. <vet>Prestatievelden</vet>: In de Wmo worden 9 prestatievelden onderscheiden, waarop gemeentelijk
beleid moet zijn ontwikkeld: 1. Sociale samenhang en leefbaarheid 2. jeugdbeleid en opvoedingsondersteuning 3. informatie, advies en cliëntondersteuning 4. mantelzorgers en vrijwilligerswerk 5. bevorderen van deelname aan het maatschappelijke verkeer en zelfstandig functioneren
met een beperking 6. verlenen van voorzieningen ten behoeve van het behouden en bevorderen van zelfstandig
functioneren of deelname aan het maatschappelijk verkeer 7. maatschappelijke opvang (w.o. vrouwenopvang en huiselijk geweld) 8. bevorderen Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) 9. Verslavingsbeleid