Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van haven-, kade- en liggelden 2002

Deze verordening verstaat onder: 1. haven : de voor de openbare dienst bestemde wateren binnen de gemeente die voor de scheepvaart openstaan, te weten: de Industriehaven "Kellen" aan het Amsterdam-Rijnkanaal; de vluchthaven aan de Waal. 2. vaartuig : een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of zaken, alsmede elk ander voorwerp, hoe ook genaamd dat uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is of gebruikt wordt tot drijven, berging of bewoning; 3. pleziervaartuig: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor sportieve of recreatieve doeleinden, niet zijnde een passagiersschip of hotelschip; 4. passagiersschip: een vaartuig, dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; 5. bunker- of winkelschip : een vaartuig, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd als verkooppunt voor brandstof of waren; 6. vrachtschip : een vaartuig dat geheel of hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van lading. 7. hotelschip : een vaartuig welke bestemd is voor het vervoer van personen en op dat moment gebruikt wordt voor het onderbrengen van hotelgasten of daarmee gelijk te stellen gasten zonder dat met het schip wordt gevaren; 8. woonschip : een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is voor of in gebruik is als woning, mits door het college van burgemeester en wethouders een ligplaatsvergunning is afgegeven als bedoeld in de Haven- en kadeverordening; 9. havenmeester: de door het college van burgemeester en wethouders als zodanig benoemde ambtenaar, alsmede diens plaatsvervanger; 10. meetbrief : een door een daartoe bevoegde instantie uitgegeven en in Nederland geldig document betreffende de tonnenmaat en het laadvermogen van een vaartuig; 11. laadvermogen in tonnen : het in tonnen uitgedrukte laadvermogen, zoals aangegeven in de bij het vaartuig behorende meetbrief; 12. laden : het vanuit een vaartuig aan de kade brengen van goederen of het ontschepen van personen; 13. lossen : het vanaf de kade aan boord van een vaartuig brengen van goederen of het inschepen van personen; 14. dag : een etmaal of gedeelte daarvan.

Rechtspraak bij dit artikel