Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Belastingplicht

Onderdeel van Verordening onroerende-zaakbelasting 2010

1. Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar     een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens     eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:     gebruikersbelasting;b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van     een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht,     verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt:a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik    is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik     heeft gegeven; degene die het, deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd     de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik     is gegeven;b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik     aangemerkt als  gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking     heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is     bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter     beschikking is gesteld. 3. Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Rechtspraak bij dit artikel