Naar hoofdinhoud
1.. Op verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingjaren, welke geheven zouden zijn – beoordeeld naar de omstandigheid bij het begin van het belastingjaar, waarin het verzoek wordt gedaan – voor elk van de nog aan te vangen belastingjaren. 2.. De contante waarde, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend naar een rentevoet, gelijk aan het alsdan geldende rentepercentage voor langlopende leningen bij de N.V. Bank voor Nederlandse Gemeenten te ’s-Gravenhage. 3.. Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, moet vóór 1 juni van het belastingjaar schriftelijk worden ingediend bij het college van burgmeester en wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel