Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen en de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten die worden geheven van gebruikers en de forensenbelasting, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:
1. degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;2. degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;3. de oudste in leeftijd;4. degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie