Voor de toepassing van deze verordening wordt:

a. onder gemeentelijke riolering mede begrepen het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater;

b. onder afvalwater verstaan water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering;

c. onder perceel verstaan een roerende of een onroerende zaak;

d. onder verbruiksperiode verstaan de periode waarop de afrekening van Vitens betrekking heeft;

e. onder veehouder verstaan degene die als zodanig zijn hoofdberoep per 1 mei van het belastingtijdvak in deze gemeente uitoefent.