Behoudens het bepaalde in artikel 15 is de aangifteplichtige ten aanzien van destructiemateriaal A gehouden:a. tot afgifte van het destructiemateriaal, zo spoedig mogelijk na de aangifte aan de intergemeentelijke voorcentralisatiedienst voor vervoer naar een centrale verzamelplaats, dan wel:b. tot het ter beschikking houden van het destructiemateriaal, afkomstig van gestorven dieren, geleden hebben aan of verdacht van een ziekte, waarop titel III der Veewet van toepassing is, alsmede tot het afgeven daarvan voor vervoer door of vanwege de ondernemer ter plaatse, waar dit destructiemateriaal zich bevindt, met inachtneming van de omtrent de bewaring van dat destructiemateriaal door de directeur gegeven aanwijzingen.