Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Investeren in Jongeren

1. De maatregel wordt vastgesteld op: a. 10 procent van de WIJ-norm bij gedragingen van de eerste categorie; b. 20 procent van de WIJ-norm bij gedragingen van de tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste lid kan van het opleggen van een maatregel worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van een jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 3. De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op een maand. 4. In afwijking van het vorige lid kan de duur van de maatregel worden verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel