De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van
ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden, te verstrekken
voorziening kan bestaan uit:
a. een algemene voorziening waaronder algemene hulp bij het
huishouden;b. hulp bij het huishouden in natura;c. een persoonsgebonden
budget, te besteden aan hulp bij het huishouden.