1. Wanneer bij een eerste stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, wordt tot een tweede vrije stemming overgegaan.2. Wordt ook daarbij door niemand een volstrekte meerderheid verkregen, dan wordt de stemming bepaald tot de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben verkregen, of zijn de stemmen tussen meer personen verdeeld, tot allen die de meeste stemmen hebben verkregen.3. Is ook hierdoor geen volstrekte meerderheid van stemmen verkregen dan heeft een vierde stemming plaats over twee personen die bij de derde stemming de meeste stemmen hebben verkregen.4. Zijn bij de derde stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij tussenstemming uitgemaakt over welke twee personen de vierde stemming zal gaan.5. Indien, hetzij bij tussenstemming, hetzij bij de derde of vierde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.