1. Het college vergadert éénmaal per week op een in onderling vast te stellen dag en tijdstip en voorts zo dikwijls als de voorzitter of één wethouder dat nodig achten.2. Indien de voorzitter oordeelt dat de reguliere wekelijkse vergadering wegens het geringe aantal te behandelen stukken of andere bijzondere redenen geen doorgang hoeft te vinden, zorgt hij ervoor dat de wethouders tijdig op de hoogte worden gesteld.