1. Aan het college en de burgemeester blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die zijn neergelegd in een document,
gericht tot:
a. de Koningin en andere leden van het Koninklijk Huis;
b. de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen;
c. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
d. de president van de Algemene Rekenkamer;
2. Onverminderd het gestelde in het eerste lid is het mandaat niet van toepassing:
a. indien het een aangelegenheid betreft waarover door de raad in een eerder stadium vragen aan het college of de burgemeester zijn gesteld;
b. indien de verantwoordelijke portefeuillehouder namens het college beslist dat de aangelegenheid door het college moet worden afgedaan en i
indien de burgemeester beslist dat de aangelegenheid door hem moet worden afgedaan. De portefeuillehouder wordt tijdig geïnformeerd over
gevoelige kwesties;.
3. Het college respectievelijk de burgemeester kan instructies geven over de wijze waarop de gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Algemene uitzonderingen van mandaat
Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging Gemeente Twenterand