1. De rekenkamer bestaat uit één lid.2. Het lid van de rekenkamer wordt aangeduid als directeur rekenkamer.3. De gemeenteraad wijst van buiten de kring van zijn leden een directeur rekenkamer aan voor een periode van ten hoogste drie jaar; deze directeur kan door de raad worden herbenoemd voor een gelijke periode.4. De directeur rekenkamer is niet ondergeschikt aan de raad, het college van burgemeester en wethouders of enig ander gemeentelijk gezag.5. De directeur rekenkamer is geen ambtenaar in de zin van het CAR/UWO noch is op hem enige ambtelijke rechtspositionele regeling van toepassing.6. Alvorens zijn functie te aanvaarden legt de directeur rekenkamer in handen van de voorzitter van de gemeenteraad de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot directeur van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als directeur van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”7. Ten minste drie maanden voorafgaande aan de afloop van de onder het eerste lid genoemde benoemingsperiode beslist de raad of tot herbenoeming van de directeur rekenkamer zal worden overgegaan.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Samenstelling rekenkamer
Onderdeel van Verordening op de rekenkamer West Twente