De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar met de mogelijkheid van éénmalige herbenoeming voor eenzelfde periode;
Na die periode benoemt de raad een nieuwe programmaraad, waarbij de leden van de oude programmaraad voor herbenoeming in aanmerking komen;
Bij een tussentijdse vacature eindigt de zittingsperiode van het lid, dat in die vacature is benoemd tegelijk met de algemene zittingsperiode als bedoeld onder lid 1;
De werving, selectie en benoeming van de nieuwe leden van de programmaraad vindt plaats overeenkomstig de handelwijze omschreven in artikel 8;
De oude programmaraad blijft in functie totdat alle betrokken raden de samenstelling van de nieuwe programmaraad hebben geaccordeerd.