Voor de toepassing van deze verordening wordt:a. onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen;b. onder eigendom verstaan, een gebouwde onroerende zaak of roerende zaak;c. onder aansluiting van een eigendom verstaan, het leggen door de gemeente van een buisleiding van het bestaande rioleringsstelsel, welke in beheer en onderhoud is van de gemeente, tot aan de perceelsgrens van het eigendom ten behoeve waarvan aansluiting geschiedt, ertoe dienende om ten behoeve van een eigendom een directe of indirecte lozing van het afvalwater mogelijk te maken.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een rioolaansluitrecht 2010